eHealth?!

De dagelijkse realiteit is anders. Tijd voor de speedboot-route. 

Door: Anne-Miek Vroom

Het is 28 juni 1996. Ik ben vijftien jaar oud en maak mijn vijftigste botfractuur mee. Op het eiland Schiermonnikoog struikel ik over het handvat van een weekendtas. De huisarts onderzoekt mij op de vloer van de kampeerboerderij. We moeten vaart maken. Deze keer is de tocht naar het ziekenhuis anders dan anders. Waar ik normaal gesproken met een ambulance wordt gebracht lig ik nu in een reddingsboot. We trotseren de golven en de spetters vliegen in mijn gezicht. Ik kan niet anders dan vertrouwen.

Aankomen in het Academisch Ziekenhuis van Groningen wordt een hele rits röntgenfoto’s gemaakt, zowel van mijn heup als van andere ledematen. De artsen nemen het zekere voor het onzekere. Niet alleen omdat ik ben geboren met de zeldzame broze bottenziekte Osteogenesis Imperfecta, maar vooral uit onzekerheid. Het dossier ligt in het Wilhelmina Kinderziekenhuis en mijn arts heeft dit weekend geen dienst. Bij gebrek aan informatie wordt brede diagnostiek gepleegd.

De Groningse orthopedisch chirurg komt binnenlopen met een voor mij zo bekende map. Uit het gele karton haalt hij een stapel röntgenfoto’s en steekt ze één voor één in de lichtbak. Enkel mijn heup is gebroken. We krijgen de foto’s en een brief mee voor het regionale ziekenhuis en voor de huisarts. Zij zullen de behandeling voortzetten.

Een herinnering aan de zorg, twintig jaar geleden. Hoe anders is en kan het nu? De afgelopen maand gepresenteerde eHealth-monitor 2016 zit boordevol mogelijkheden: Digitale dossiers, informatie-uitwisseling tussen ziekenhuizen, online afspraken maken, beeldbel-consulten en telemonitoring. Zomaar enkele voorbeelden uit het brede palet dat eHealth heet.

Toepassingen die mijn leven kunnen vergemakkelijken. In plaats van uren bezig te zijn met reizen naar artsen, plaatsnemen in wachtkamers en telefonisch in de wacht staan zou ik anno 2016 meer tijd kunnen investeren in mijn werk als medisch socioloog en adviseur in de zorg. U leest het goed: zou ik. De dagelijkse realiteit is namelijk totaal anders.

Nog steeds kunnen mijn data niet tussen verschillende ziekenhuizen worden uitgewisseld. De röntgenfoto’s krijg ik niet langer mee naar huis. Ik moet een DVD opvragen die ik na tien dagen en met betaling van tien euro op kan halen in het ziekenhuis. De brieven krijg ik niet meer mee in een envelop. Die wisselen de artsen onderling uit. Ik heb geen idee wat erin staat en hoe ze worden verzonden. Ik heb geen inzicht in mijn eigen dossier. Net als twintig jaar geleden rijd ik voor een consult van hooguit tien minuten naar een academisch ziekenhuis negentig kilometer verderop.

Terwijl er steeds harder wordt geroepen dat ik als patiënt de regie moet nemen vraag ik mij af of ik niet juist steeds minder regie heb. Dat terwijl technologische mogelijkheden van enorme toegevoegde waarde kunnen zijn. Vorig jaar deed ik onderzoek naar de mogelijkheden van eHealth voor mensen met vijf verschillende ziekten. Zowel patiënten als zorgverleners spraken enthousiast over de kansen en de meerwaarde voor kwaliteit van leven. Alhoewel de eHealth-monitor hoopvol is, lees ik ook: ‘Langzaam maar zeker komt online inzage op gang’. Langzaam maar zeker? Het is tijd dat de zwaailichten aangaan.

De aanbevelingen van de eHealth-monitor zijn kraakhelder. Zo moeten ziekenhuizen en ICT-leveranciers afspraken gaan maken en zorgen dat informatie uitwisselbaar is, desnoods met regie vanuit de overheid. Ook kunnen we leren van voorlopers in de zorg: Medisch specialisten die in samenwerking met patiënten innovatieve toepassingen ontwikkelen en uitrollen. Zij trotseren de golven. Ik zou graag direct starten met beeldbellen. Laten we dit via de speedboot-route implementeren. Ik roep mijn artsen op om vandaag met mij in te stappen. Met als grootste risico’s enkele verfrissende spetters in het gezicht. 

Wij adviseren u graag bij het opstarten van verfrissende actie, vanuit kennis en ervaringsdeskundigheid. Mail voor informatie naar: info@ikone.nl 

Reageren?